Krakers Spinhuis mogen (voorlopig) blijven

De krakers van het Spinhuis, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, hebben in een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter te horen gekregen dat zij niet ontruimd mogen worden. De rechter beschouwt de kraak van het Spinhuis als een ’daad van burgerlijke ongehoorzaamheid’ en stelt dat de UvA binnen zekere grenzen een dergelijke actie heeft te dulden, in ieder geval zolang de UvA geen zwaarderwegend belang heeft bij het gebruik van het gekraakte Spinhuis. De UvA heeft ter zitting onvoldoende aan kunnen toen wat haar belang is bij een spoedige ontruiming van het Spinhuis. Wel krijgt de UvA nog tot 15 december de kans om aanvullend bewijs te leveren.


In de zaak rondom de kraak van het Spinhuis is geen gebruik gemaakt van het argument dat de krakers een woonrecht hebben. Des te meer is gesteld dat de kraakactie was bedoeld als een protest tegen het beleid van de universiteit. Hoewel de UvA het niet eens is met de standpunten van de krakers van het Spinhuis, noch met de gekozen actievorm, heeft de voorzieningenrechter toch geoordeeld dat de universiteit een bepaalde mate van inbreuken op zijn (eigendoms)recht heeft te dulden. In de belangenafweging die door de bestuursrechter is gemaakt, is geconcludeerd dat het belang van de krakers vooralsnog opweegt tegen het belang van de UvA nu de UvA niet aannemelijk heeft gemaakt dat er daadwerkelijk op korte termijn weer iets met het gekraakte Spinhuis gaat gebeuren.

Hoewel de UvA nog aanvullend bewijs mag inleveren en dat zou kunnen leiden tot een andersluidende uitspraak, is deze voorlopige uitspraak absoluut een overwinning. Sinds het kraakverbod is nog niet eerder door een rechter geoordeeld dat een daad van burgerlijke ongehoorzaamheid zorgt voor een dermate groot belang dat een gevorderde ontruiming wordt afgewezen.