Kraken na het kraakverbod

Sinds de inwerkingtreding van het kraakverbod in 2010 is de positie van de kraker in rechtszaken er niet beter op geworden. Hoewel krakers wel degelijk de kans hebben om een voorgenomen ontruiming aan te vechten, valt de belangenafweging die de rechter in dergelijke zaken moet maken maar zelden in het voordeel van de krakers uit. Ook in civiele zaken rondom kraakpanden gebeurt het vaak dat de kraker aan het kortste eind trekt. Toch is lang niet iedere zaak zinloos.

Recent had de eigenaar van een kraakpand een procedure aangespannen tegen de bewoners van dit pand. Als argument had deze eigenaar dat hij van plan was het pand op korte termijn te gaan verhuren. In de tussentijd zou het pand als opslag voor theaterdoeken en decors gebruikt gaan worden. De krakers hadden voorafgaand aan de rechtszaak al meerdere malen aangegeven bij de eigenaar dat wanneer deze overtuigend bewijs kon leveren voor heringebruikname van het pand, zij bereid waren het pand te verlaten. Ook hadden zij aangeboden dat de eigenaar afspraken kon maken voor bezichtigingen van het pand. Verhuur wilden zij niet dwarsbomen.

Echter, de bewoners geloofden totaal niet dat het pand daadwerkelijk gebruikt zou worden als opslag. In de loods van het pand waren enorme lekkages. Daarom stelden zij zich op het standpunt dat het zeer ongeloofwaardig was dat de eigenaar de loods daadwerkelijk zou gaan gebruiken als opslag voor theaterdoeken en decors. In de praktijk merken we vaak dat het moeilijk is om een rechter mee te krijgen met een dergelijke redenatie. Wij stellen ons in de praktijk op het standpunt dat het in sommige gevallen toch waardevol is om dit soort verweren wel te voeren.

En met succes! In de bovengenoemde zaak is de rechter meegegaan in onze argumentatie en heeft de ontruiming afgewezen. De bewoners mogen (voorlopig) in het pand blijven wonen.