Krakers Spinhuis mogen (voorlopig) blijven

De krakers van het Spinhuis, onderdeel van de Universiteit van Amsterdam, hebben in een voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter te horen gekregen dat zij niet ontruimd mogen worden. De rechter beschouwt de kraak van het Spinhuis als een ’daad van burgerlijke ongehoorzaamheid’ en stelt dat de UvA binnen zekere grenzen een dergelijke actie heeft te dulden, in ieder geval zolang de UvA geen zwaarderwegend belang heeft bij het gebruik van het gekraakte Spinhuis. De UvA heeft ter zitting onvoldoende aan kunnen toen wat haar belang is bij een spoedige ontruiming van het Spinhuis. Wel krijgt de UvA nog tot 15 december de kans om aanvullend bewijs te leveren.

Anti-kraker wint rechtszaak en mag in zijn woning blijven

Anti-krakers bevinden zich over het algemeen in een zeer onzekere positie wanneer het hun woonruimte betreft. Voor vaak een klein bedrag wonen zij in panden die anders leegstaan. Omdat zij geen huurovereenkomst hebben, maar een gebruiksovereenkomst, hebben zij echter nauwelijks rechten wanneer het hun woonruimte betreft. Althans, dat is de stelling van de anti-kraakorganisaties en huiseigenaren die zij beschermen. De Voorzieningenrechter in Tilburg oordeelde vandaag echter dat de anti-kraker niet helemaal rechteloos is en wees een ontruimingsvordering van een anti-kraakorganisatie af.

Omdat de anti-kraker een bedrag van €135,- per maand betaalde en de anti-kraakorganisatie niet kon bewijzen dat dit bedrag slechts werd gebruikt voor een onkostenvergoeding kwam de rechter tot de conclusie dat er mogelijk sprake kon zijn van een huurovereenkomst. Het is namelijk zo dat voor een gebruiksovereenkomst slechts een onkostenvergoeding mag worden betaald. In deze zaak had de anti-kraakorganisatie geen inzage gegeven in de wijze waarop de vergoedingenstructuur van het bedrijf in elkaar steekt, en daarmee bleef het onduidelijk of er wel sprake kon zijn van een gebruiksovereenkomst. De anti-kraakorganisatie mag de woning niet ontruimen omdat de bescherming van de mogelijke rechten van de anti-kraker anders in het geding zouden komen.

Zoals de anti-kraakorganisatie tijdens de zitting in deze zaak al tegenover de Voorzieningenrechter verklaarde zou een uitspraak als dit voor de bedrijfsvoering van de anti-kraakorganisatie (en andere anti-kraakorganisaties) wel eens verstrekkende gevolgen kunnen hebben. De suggestie werd zelfs gewekt dat een dergelijke uitspraak het voortbestaan van de anti-kraakorganisatie in gevaar zou kunnen brengen. De anti-kraakorganisatie heeft hoger beroep aangetekend tegen de uitspraak van de Voorzieningenrechter. Omdat de anti-kraker de ruimte waar het om ging inmiddels heeft verlaten en een vervangende ruimte heeft geaccepteerd is het hoger beroep weer ingetrokken.  In ieder geval zijn wij van mening dat er met deze uitspraak absoluut een stap in de goede richting is gemaakt wanneer het gaat om de woonrechten die ook anti-krakers hebben.

Kraken na het kraakverbod

Sinds de inwerkingtreding van het kraakverbod in 2010 is de positie van de kraker in rechtszaken er niet beter op geworden. Hoewel krakers wel degelijk de kans hebben om een voorgenomen ontruiming aan te vechten, valt de belangenafweging die de rechter in dergelijke zaken moet maken maar zelden in het voordeel van de krakers uit. Ook in civiele zaken rondom kraakpanden gebeurt het vaak dat de kraker aan het kortste eind trekt. Toch is lang niet iedere zaak zinloos.

Recent had de eigenaar van een kraakpand een procedure aangespannen tegen de bewoners van dit pand. Als argument had deze eigenaar dat hij van plan was het pand op korte termijn te gaan verhuren. In de tussentijd zou het pand als opslag voor theaterdoeken en decors gebruikt gaan worden. De krakers hadden voorafgaand aan de rechtszaak al meerdere malen aangegeven bij de eigenaar dat wanneer deze overtuigend bewijs kon leveren voor heringebruikname van het pand, zij bereid waren het pand te verlaten. Ook hadden zij aangeboden dat de eigenaar afspraken kon maken voor bezichtigingen van het pand. Verhuur wilden zij niet dwarsbomen.